Dufourspitze
Een herkansing
Donderdag, 21 mei 1998
Elio en ik hebben een herkansing op de Dufourspitze gepland voor dit hemelvaart weekeinde. We zijn nog steeds niet vergeten dat we in oktober hebben moeten omdraaien. Er is maar één goede oplossing: opnieuw proberen. Carlette, de vriendin van Elio die er de vorige keer spijt van had gehad dat ze niet naar de Monte Rosa hut was meegegaan, Bas en Jos Smeets gaan ook mee. Het is nu donderdag morgen kort na acht uur en we staan op het stationsplein van Zermat. De trein richting Cornergraat is tien minuten geleden vertrokken, en de volgende gaat pas over een uur. We gaan dus maar in het zonnetje op het terras van het Bahnhofbuffet een koffie drinken. Hoewel we gisterenavond om tien uur zijn vertrokken en de hele nacht hebben doorgereden, zijn we toch redelijk fit. Wel hebben we ons met zijn drieën kunnen aflossen met rijden en hebben de anderen kunnen slapen. Het weer ziet er goed uit en we hebben onze plannen al klaar. Vandaag naar de Monte Rosa hut. Daar treffen we Roland, een Zwitser die Elio op de Mount Mc Kinley heeft leren kennen en die al heel wat pittige routes, waaronder de noordwand van de Eiger, op zijn palmeres heeft staan. Morgen gaan Jos Elio Roland en ik naar de Dufourspitze. We hebben, de spleten op de gletsjer van oktober indachtig, de tourski's hiervoor meegenomen. Carlette en Bas blijven dan lekker in de hut. Wij zijn dan toch kort na de middag terug. Zaterdag gaan we dan nog iets doen waarbij Carlette en Bas ook mee kunnen. Zij hebben sneeuwrackets mee, dus we moeten maar eens kijken of we dan de Castor of zo kunnen doen. Zondag dalen we dan af van de hut en rijden terug naar huis.
We hebben onze koffie op en gaan naar het treintje. Het zonnetje schijnt heerlijk, het is een prachtige voorjaarsdag. De tandradbaan naar Cornergrat kruipt langs de oostelijke helling van het Mattertal omhoog. We krijgen een schitterend uitzicht op Zermat en natuurlijk de Matterhorn voorgeschoteld. Bas is onder de indruk van de imposante berg. Ik weet nog goed dat ik "Das Horn" voor het eerst zag. Ik moet een jaar of tien zijn geweest toen ik met mijn ouders een dagje in Zermat was. Deze kolos heeft sindsdien zijn imponerende werking op mij nooit verloren. Wel is hij inmiddels opgeschoven van een prachtberg om te zien naar een berg die ik bij gelegenheid zeker wil beklimmen. Op Bas, die de Matterhorn voor het eerst ziet, heeft hij blijkbaar dezelfde uitwerking.
Het treintje klimt boven de boomgrens uit en stopt bij halteplaatsen die enkel tijdens het wintersportseizoen in trek zijn. Dan komen we aan op Rotenboden. We doen de rugzak om en vertrekken rond tien uur. We lopen langs de zuidhelling, die volledig sneeuwvrij is, omlaag naar de gletsjer. Hier gaan we aan het touw en binden de stijgijzers onder. We gaan over de gletsjer naar de overzijde. Het is heerlijk zonnig en zelfs warm op de gletsjer. Het eerste gedeelte is vrijwel volledig sneeuwvrij en alle spleten zijn zichtbaar. Het is alleen vervelend dat er regelmatig een van de stijgijzers los gaat. Als ik voorzichtig loop blijven ze wel zitten, maar als ik ze wat te hard in het ijs ram komen ze los. Bij deze gletsjeroversteek is het niet zo erg, maar wanneer het stijler gaat worden durf ik op deze stijgijzers toch niet te vertrouwen. Ik doe ze zo goed mogelijk vast en loop voorzichtig verder. Nadat we de brede middenmorene die een heuvelrug vormt van puin stenen en rotsblokken in alle formaten, zijn overgestoken komen we op de stroom die van de Grenzgletsjer afkomstig is. Hier zijn de spleten meestal niet meer dan een meter breed maar wel nog grotendeels met sneeuw bedekt en dus best verraderlijk. Ik loop voorop en wil het skispoor volgen. Ik loop immers aan het touw, en de spleten zijn niet erg breed. Als ik al door de sneeuw zou zakken kan mij nog niks gebeuren. Dan roept Jos "Hé niet zo maar over het skispoor lopen. Daar kun je niet op vertrouwen." Hij heeft gelijk. Er is geen enkele zinvolle rede te bedenken om niet volgens de regels de meest veilige route te kiezen. Die over blank ijs en niet over verraderlijke sneeuw. Het is leuk om de route te zoeken en te laveren tussen de spleten. Soms ontkom je er niet aan om toch over stukken sneeuw te lopen. Dan kijk je naar de breuklijnen en zoek je naar de donkere plekken die verraden dat er vast ijs onder de dunne sneeuwlaag zit. Omdat ik met een vrij korte pikkel loop geeft Elio mij een skistok om te sonderen. Toch zak ik een keer met een voet door de sneeuwlaag en zak tot mijn knie in het smeltwater. Ongelofelijk maar mijn voet blijft droog! Heerlijk om op het moment dat je de voet uit het water hebt getrokken te bemerken dat je de rest van de tocht niet met een natte voet hoeft te lopen. Deze tocht heeft voor mij niet alleen de Dufourspitze als doel, maar fungeert ook als trainingstocht voor de Gasherbrum expeditie. Ik wil mijn schoenen rugzak en kleren op een automatische manier kunnen gebruiken. Het moet gaan zonder erbij te hoeven nadenken. Ik wil er geen zorgen over hebben, ik moet er voor de volle honderd procent van op aan kunnen. Ik heb vandaag mijn One Sport expeditie schoenen voor het eerst aan. Toen ik gisteren mijn spullen pakte probeerde ik toch maar even of de nieuwe titanium stijgijzers er wel onder zouden passen. Nee, het lukte niet. De super isolerende maar extra dikke schoenen waren een maat te groot voor de riempjes die de stijgijzers moeten vastbinden. Ik heb toen maar mijn oude stijgijzers geprobeerd. Dat ging maar net, maar het ging. Het ergste was echter dat mijn schoenen pijnlijk klein waren. Ik had mijn schoenen in maat 11.5 besteld. Ik had die van Hugo, maat 11, gepast. Het ging wel maar ze waren net iets te krap. Maat 11.5 moest dus goed zijn. Nu ik ze aan had waren ze zo krap dat ik pijn kreeg. Vooral mijn rechter voet, die doordat alle middenvoetbeentjes gebroken waren geweest toch al erg gevoelig was, deed veel pijn. Toch schijnt het lopen minder pijn te doen dan staan of zitten. "Kunststof schoenen hoef je niet in te lopen". Dit vaste argument ten voordele van plastiek schoenen speelt voortdurend door mijn hoofd. Ik maak me zorgen. Als het werkelijk zo is zijn deze schoenen te klein. Dan heb ik echt een probleem. Met deze te krappe schoenen zouden mijn tenen door een slechte doorbloeding kunnen bevriezen. Ik zou dus andere schoenen nodig hebben. Een grotere maat One Sports bestaat niet, en andere schoenen zijn veel minder warm. De hele tocht over de gletsjer blijf ik me afvragen of de schoenen niet toch wat ingelopen moeten worden. Ik hoop maar dat ze wat ruimer worden.
Inmiddels komen we aan bij de overzijde van de gletsjer. Hier maken we een korte pauze en Elio en Jos kijken naar de beste route omhoog naar de hut. Elio langs de zomerroute omhoog, terwijl Jos de route over de gletsjer verkiest. Elio is wat prikkelbaar. Normaal loopt hij altijd in turbo vooruit op de rest, maar deze keer blijft hij geduldig achteraan bij Carlette lopen. Jos en ik doen de tourski's met vellen onder en gaan met Bas, op sneeuwrackets, verder omhoog naar de hut. Elke paar passen gaat bij mij weer een ski los. Ik probeer van alles om dit te vermijden, maar niks helpt. De ski optillen tijdens het lopen, de ski niet optillen maar alleen schuiven, niks helpt. Als ik de ene ski weer terug vast heb en een pas zet gaat de ander wel weer los. Ik let op dat er geen sneeuw onder mijn schoen zit. Ik controleer alles opnieuw, maar het blijft ellende. Op deze manier gaat het natuurlijk ontzettend traag. Met zijn drieën aan het touw sukkelen we zo langzaam omhoog richting hut. Wanneer we het gevaarlijkste deel achter ons hebben stoppen we bij een paar grote stenen. We binden ons uit het touw. Jos gaat terug omlaag om de rugzak van Carlette te halen en ik ga zitten prutsen met de ski-bindingen. Terwijl Jos terug passeert met de rugzak van Carlette zit ik nog steeds met de ski's te klungelen. Ik erger me wezenloos aan mijn eigen slechte voorbereidingen. Niks lijkt er in orde, niks loopt er zonder problemen. Wat een ellende; te kleine schoenen, stijgijzers die niet passen, andere die los komen bij zwaardere belasting, ski's die voortdurend los gaan. Het ene na het andere oponthoud. Ellende en ergernis die met een beetje fatsoenlijke voorbereiding voorkomen had kunnen worden. Op die manier kan ik de Dufourspitze wel wéér vergeten. En dat door eigen stomme schuld. Een hele rit naar de Alpen om te ontdekken dat het materiaal niet in orde is. Ik vind mezelf een ontzettende waardeloze alpinist. En zo iets gaat naar een achtduizender. Dat zal wat worden. In gedachten zie ik mezelf al een maand in het basiskamp zitten terwijl de anderen naar de top gaan.
Ik ontdek dat de voorste binding van de ski niet volledig om de schoen past. Bij belasting omhoog of naar voren gaat hij los. De schoenzool is gewoon net te breed. Dat is niet alleen de oorzaak van de losschietende ski's, maar ook van de los komende stijgijzers. Bas is inmiddels al achter Jos aan en ook Elio en Carlette zijn gepasseerd. Uiteindelijk ga ik dan maar weer met voortdurend loskomende ski's over het laatste stukje gletsjer naar de rots. Eindelijk, ik ben er. Jos gaat terug zijn eigen rugzak halen, en Elio en Carlette rusten even uit. Ik doe de ski's uit en loop met Bas door naar de hut om er plaatsen te reserveren. Het is vier uur wanneer we bij de hut aankomen. Zes uur gelopen over een tocht waar normaal tweeënhalf uur voor staat. Ik sta er verder maar niet bij stil en doe het eerst van alles mijn schoenen uit. Op de binnen schoenen loop ik naar binnen om te reserveren. Het is erg druk. Er zijn heel veel tourskiërs aangekomen. De hut zit helemaal vol. We komen op de wachtlijst, maar het meisje verzekert ons dat er wel plaats zal zijn om te slapen. Wanneer Bas en ik buiten voor de hut zitten komen Jos Elio en Carlette ook aan. We zitten lekker in het zonnetje. Terwijl de anderen genieten van het uitzicht wordt mijn volledige aandacht in beslag genomen door de "technische" problemen van vandaag. Ik moet een oplossing vinden wil ik morgen mee naar boven kunnen. Met een ski op de schoot en een buitenschoen in de hand probeer ik een oplossing te verzinnen. De beugels van de ski's en de stijgijzers kan ik onmogelijk verwijden. De enige oplossing is om de schoenzool iets te versmallen. Door aan de zijkant van de punt een halve centimeter weg te snijden zouden de beugels van stijgijzers en skibindingen er net omheen moeten kunnen. Dan maar met het zakmes in de harde Vibram-zool van mijn splinternieuwe dure schoenen. Omruilen kan ik ze toch niet voor een maatje groter, dus het is op hoop van zegen. Als ik morgen mee omhoog wil moet nu het mes er in. Met enige moeite lukt wint het mes het van de harde zool. Er is een keurige inkeping in de zool. Nu passen. Ik ben zo blij als een klein kind met een snoepje wanneer ik zie hoe de schoen perfect op de ski past. Ook de stijgijzers passen nu perfect. O.K. laat morgen die berg maar komen, .............................. als mijn pijnlijk gekneusde voet de druk van de schoen kan verdragen. Ik vertel niks van mijn probleem aan de anderen. Ik wil niet zeuren over pijnlijke voeten of andere softe klachten. Als het morgen niet gaat is er nog altijd de mogelijkheid om om te draaien. Ik stop pas wanneer het niet meer gaat, of wanneer verder gaan niet verantwoord is, maar ik geef me niet op voorhand gewonnen. Het koelt inmiddels af en we gaan koken en eten in de "winterraum". Buiten is het weer inmiddels verslechterd. De lucht is grijs en er valt wat sneeuw. Na het debâcle van de trainingstocht naar Chamonix drie weken geleden, met het hele Gasherbrum team naar Chamonix gereden om aldaar vast te stellen dat het weer zo slecht was dat er de komende dagen niks te klimmen viel en we onverrichterzake zijn teruggekeerd, hebben zowel Elio Jos als ik verschillende bronnen geconsulteerd om de weersverwachtingen zo goed mogelijk in te schatten. Alles leek erg positief maar toch zitten we nu hier terwijl er buiten sneeuw valt. Roland, die inmiddels is komen kennismaken, verzekert ons dat het weer morgen goed zal zijn. Ik had via Internet de weervoorspellingen van de Zuricher Zeitung gelezen, en deze spraken over de gunstige invloed van "eine Bise", maar ook Elio en Jos kende de betekenis hiervan niet. Roland legde ons uit dat "eine Bise" een koude noordenwind is. Deze is wel koud, maar blaast alle rotzooi weg naar het zuiden. Goed, hopen dat hij gelijk heeft dan maar. Wat de route betreft stelt Roland voor om niet de normaal route te nemen, maar die via de Silbersattel en de noordgraat. Technisch niet moeilijker dan de normaalroute, maar hier zullen geen andere touwgroepen ons voor de voeten lopen. Het gepruts van anderen kan gevaar opleveren of toch op zijn minst oponthoud. Bovendien kunnen we dan ook nog eventjes de Nordend meepakken. De normaalroute naar deze op twee na hoogste alpentop loopt immers vanuit het Silbersattel. Het lijkt ons allemaal een goed plan. Het is inmiddels negen uur en we gaan naar de ons toebedeelde slaapplaatsen voor onze korte nacht. Wanneer ik de nummers van Bas en mij heb gevonden blijken hier al mensen te liggen. Vriendelijk maak ik ze wakker en vraag hun naar hun eigen plek te verhuizen. Terwijl de een geen probleem maakt blijft de ander liggen. Op een geïrriteerde manier probeert hij mij af te schepen. Alsof ik het ben die problemen maakt. Als ik mij niet door zijn gedrag laat intimideren druipt hij af. Grommend knorrend en binnensmonds scheldend gaat hij pontificaal midden in het gangpad op de grond liggen. Ik negeer hem volledig en ga gewoon lekker slapen.
Vrijdag, 22 mei 1998
Het is alsof ik net in bed lig wanneer we gewekt worden. "Aufstehen, es ist zwei uhr." De helft van de slaapzaal draait zich nog een keer om, de andere helft begint zich aan te kleden. Wij ontbijten in de Winterraum en maken de laatste spullen klaar. De lucht is blijkbaar opgeklaard, en om drie uur staan we op de ski's. We gaan omhoog tussen de morene van de Grenzgletsjer en de berg. We houden er een stevig tempo op na. Mijn rechter voet is erg gevoelig. Hij lijkt wat gekneusd, maar lopen doet minder pijn dan staan. Ik heb het gevoel dat de schoenen wat meer ruimte bieden dan gisteren. Ik hoop maar dat het niet de wens is die de vader van de gedachte is. De dag zal het uitwijzen. Ik ga voorop en probeer een tempo aan te houden dat zo hoog mogelijk is. Danig gefrustreerd door het geklungel van gisteren wil ik vandaag eens dat alles vlot verloopt. Ik voel dat ik aan de binnenkant van mijn rechter hiel een pijnlijke plek heb maar wil niet stoppen om de hiel te tapen. Even later voel ik dat er een blaar is ontstaan, en nog even later voel ik het niet meer; de blaar zal wel inmiddels kapot zijn. Na drie kwartier zijn we al op het "Obere Platje" We volgen het spoor dat over de dichtgesneeuwde spleten voert. Zonder ook maar de minste hinder van de spleten te ondervinden passeren we de zone waar Elio en ik in oktober zijn moeten omdraaien. Het ochtendlicht laat de schitterende bergen om ons heen als blauwe ijsgiganten afsteken tegen de koude blauwe lucht. Nu we niet meer achter een heuvel lopen krijgen we de koude "Bise" vol op ons dak. Zonder iets te zeggen, met verstand op nul en de blik op oneindig loopt ieder met zijn eigen gedachten over de flanken van de Monte Rosa omhoog. Ik maak me zorgen over mijn schoenen. Mijn rechter voet is erg gevoelig. Ik probeer te lopen op een manier die zo min mogelijk pijn doet. Wanneer we de vierduizend meter hoogte naderen krijg ik de rekening gepresenteerd. Door de geforceerde manier van lopen krijg ik krampen aan de binnenzijde van mijn rechter bovenbeen. Ik weet niet wat er nu erger is, mijn pijnlijk koude gezicht met een neus waar al bijna geen gevoel meer in is, mijn gekneusde rechter voet, de krampen in mijn bovenbeen, de opkomende hoofdpijn en duizeligheid als gevolg van de hoogte, of het gewoon helemaal kapot zitten. Door heel rustig te blijven doorgaan kan ik voorkomen dat het gat met Elio en Roland die een eind voorop lopen niet nog veel groter wordt. Na een stop om dikkere wanten over mijn handschoenen aan te trekken loop ik weer verder. Jos heeft het blijkbaar ook erg moeilijk. Wanneer ik bij Elio en Roland kom, die hebben gewacht bij de splitsing van de route naar het Silbersattel en de normaalroute naar de Dufourspitze op circa 4200 meter hoogte, lopen zij verder. Zij zullen wachten op de Silbersattel, hier is het te koud. Ik ben moe. Ik wacht op Jos, en ben blij dat ik een goede rede heb om even te stoppen. Niet dat ik aan iemand anders dan mijzelf verantwoording moet afleggen, maar daar wringt nou net het schoentje. Verdomme, het schoentje doet nog steeds pijn. Het is inmiddels negen uur geweest. Dan komt Jos. Net op het moment dat ik mezelf weer heb weten op te peppen zegt Jos dat hij wil omdraaien. Ik wil verder. Goed het compromis is een wat langere pauze en dan proberen we nog eens. Terwijl we in de koude staan lijkt mijn lichaam mij met steeds duidelijkere simptomen van hoogteziekte te willen duidelijk maken dat het voor vandaag wel genoeg is geweest. De pauze is in deze koude niet iets waardoor je weer op krachten komt. Het vermoeidheidsprobleem wijkt alleen maar om plaats te maken voor het koudeprobleem. Die frustrerende ervaring doet Jos besluiten om toch naar beneden te gaan. Met de wetenschap dat ik de juiste beslissing neem zeg ik dat ik mee naar beneden ga. Nu doorzetten en de boel forceren zou wel sterk, maar ook dom zijn. Toch doet de pijn van het omdraaien de gevoelige voet en de koppijn even vergeten. We halen de vellen onder de ski's vandaan en dalen af. Het valt enorm tegen om op deze schoenen te skiën. Het is alsof je vergeten hebt om de skischoen dicht te doen. De ski's lijken zich te gedragen alsof ze een onafhankelijkheidsoorlog tegen mij voeren. Al mijn sturende bewegingen negerend kiezen ze bij elke oneffenheid in de hard gevroren sneeuw de weg van de minste weerstand. Wanneer die richting voor elke ski anders is ontstaan er bewegingen die je normaal alleen maar maakt tijdens de eerste dag dat men op die latten staat. Dan grijp ik maar terug op de aloude en beproefde seitenrutsch-techniek. Herhaaldelijk probeer ik toch om normaal te skiën, maar elke poging wordt direct afgestraft met een knal op de bevroren sneeuw. Met het gewicht van de rugzak als extra druk knal ik met mijn achterwerk weer op het ijzerwerk dat aan mijn gordel hangt. De indruk van de ijsboren is beslist groter op mijn bil dan op de sneeuw. Ik vraag me af waarom het zo slecht gaat. Ligt het aan de ski's, de schoenen, de sneeuw, de vermoeidheid of gewoon aan mij? Ik weet het niet. Met vallen en opstaan dalen we af. Vlug komen we uit de schaduw van de berg. Het is nu heerlijk in het zonnetje, maar echt genieten kan ik nu niet. Het is frustrerend om zo slecht te skiën wanneer je weet dat je veel en veel beter moet kunnen. Het is net alsof de schoenen die vanochtend nog te klein leken om op te lopen nu te groot zijn om op te skiën. Het laatste stuk naar de hut is het wel vlak, maar de in de warme namiddagzon papperig geworden sneeuw is 's nachts weer bevroren. Het resultaat is dat er grillige ijsribbels en knobbels zijn ontstaan die voor geen ski lijken te willen wijken. Hierop skiën lijkt onmogelijk. Het alternatief is het tot een brede ijsplaat geworden spoor van de laatste skiër die gisteren is afgedaald. Via deze lijdensweg bereiken we tegen tien uur de hut. Jos en ik zijn kapot. We gaan buiten de hut zitten en hebben nog niet meer de puf om te gaan kijken waar Carlette en Bas zijn. We eten en drinken wat. Bas die de spullen van het ontbijt gaat afspoelen ziet ons zitten waarschuwt Carlette en komt er bij zitten. Tegen half twaalf komen ook Elio en Roland aan. Zij hebben de top van de Nordend gedaan, maar de Dufourspitze was vanuit het Silbersattel niet te maken omdat er te weinig sneeuw in de sneeuwgeul was. Het was er vreselijk koud geweest, en ze hadden besloten om maar weer snel af te dalen. Tegen een uur gaan we binnen in de hut wat beschutting zoeken voor de brandende zon en eten er wat. De namiddag gebruik ik alleen maar om mijn voeten te verzorgen, mijn rechter hiel heeft een open blaar zo groot als een stuiver die ik met Compeed afplak, en om te slapen. Voor Jos is het programma al niet veel anders. Roland wil morgen de noordwand van de Lyskam doen en heeft Elio gevraagd of hij mee gaat. Dan komt echter wel de tocht met Carlette en Bas te vervallen. We bespreken de mogelijkheden om een gezamenlijke tocht te maken die ook met sneeuwrackets te doen is. We kunnen eigenlijk niks bedenken. Uiteindelijk besluiten we dan maar dat Carlette en Bas in de hut blijven, Elio met Roland mee gaat en Jos en ik naar de Dufourspitze gaan. Jos heeft twee prototypes van sneeuwprofielen meegebracht om uit te testen. Een leuke klus voor Bas. Tegen zes uur koelt het af en komen er wat wolken opzetten. Het is tijd om naar binnen te gaan en weer wat te eten. Carlette had ons al voor de komende nacht aangemeld, maar wanneer we na het avondeten gaan vragen krijgen we te horen dat we, terwijl we naast de afgesloten deur van het ongebruikte matrassenlager van de winterraum hebben zitten eten, aan de prijs van achttien Zwitserse frank per persoon op de gang mogen slapen. Dit is voor Elio onacceptabel. Hij gaat naar de huttenwirth. Even later komt iemand de deur openen en krijgen we onze slaapplaatsen in de winterraum toegewezen. We maken de rugzakken klaar voor morgen en gaan slapen.
Zaterdag, 23 mei 1998
"Aufstehen, es ist zwei uhr." Nu volgt het zelfde ritueel als de nacht ervoor. Om drie uur staan we weer op de ski's. Jos en ik laten Elio en Roland hun eigen tempo lopen, en gaan zelf heel rustig richting "Obere Platje". Het is een schitterende dag. Het diepe dal is toegedekt met een wolkendeken en verder is alles volledig wolkeloos en helder. We zien hoe het ochtendlicht het donkere nachtelijke zwart vervangt door een ijzig koud blauw ochtendlicht. Gelukkig waait het vandaag minder hard. De kou is veel beter te verdragen. We lopen heel rustig maar zonder te stoppen omhoog. Toch kan ik het niet nalaten om onze vorderingen in tijd te vergelijken met gisteren. Ongelofelijk, ik heb het gevoel dat we heel traag zijn, maar toch gaan we sneller omhoog dan gisteren. Het gaat echt lekker vandaag. Ik voel me prima, heb veel meer oog voor het schitterende uitzicht, en ben er zeker van dat we hem vandaag gaan maken. We kunnen alle toppen zien waarvan de eersten het licht van de zon al vangen. Dit uitzicht, deze pracht alleen al is de inspanning waard. Bergen beklimmen is zoveel meer dan enkele minuten op de top van een berg om vervolgens weer af te dalen. Wie dat niet ziet begrijpt ons niet, en zal ons nooit kunnen begrijpen.
We komen op een hoogte van ruim 4000 m. Geen problemen, we gaan lekker door. Nu zitten we op het gedeelte van de klim waar het gisteren héél langzaam ging. We lopen door alsof er niks aan de hand is. We verlaten nu het hoofdspoor dat richting Silbersattel voert en gaan naar rechts langs de flank omhoog in de richting van een zadel op de noord-west graat van de Dufourspitze. Nu gaat het steeds moeizamer. De hoogte laat zich voelen. Jos en ik moeten toch alle 20 passen even stoppen. Wanneer ik even rustig en diep adem gehaald heb ga ik weer verder; en, een, en, twee, en drie, ............, zo verder tot twintig. Met dit vaste patroon loop ik langzaam in op Jos die een stuk voor mij loopt. Ik probeer zijn patroon te ontdekken. Hij stopt elke keer wanneer ik bij twaalfenhalf ben, dus loop ik langzaam op hem in. Het ritme loopt lekker. Zo kan ik het nog heel lang volhouden. Terwijl de zon al de berghellingen achter ons in het zonnetje heeft gezet lopen wij nog in de schaduw van de top die wij gaan beklimmen. Wanneer we het zadel beginnen te naderen wordt de helling steeds steiler. Het gaat moeizamer, maar ik maar mijn twintig passen af. De passen iets kleiner, O.K., maar ik blijf het ritme aanhouden. Het heerlijke gevoel dat je krijgt wanneer je weet dat je er gaat komen geeft nog een extra duwtje in de rug, en dan zijn we er. Heerlijk. De ski's mogen uit. Even een paar meter verder en we komen op het zonnige zadel. Het is nu ongeveer half tien. We mogen tevreden zijn. We pauzeren aan de voet van een mooie sneeuwgraat die met rots lijkt te zijn afgezoomd. Het blauw van het ijs komt veel aan de oppervlakte; de sneeuwlaag is blijkbaar niet erg dik. Wanneer we wat gedronken hebben gaan we op pad. Volgens de beschrijving van de route is de moeilijkheidsgraad maar 2, en is 'tritsicherheid' nodig. Dit gaat dus ook wel zonder touw. De rotsen die boven de sneeuwgraat zichtbaar zijn zien er goed uit. Grote blokken die voldoende steunpunten bieden. Dus zonder rugzak of touw gaan we aan de laatste paar honderd meter beginnen. De snelheid van het vrij klimmen geeft ons de tijd om alles rustig en safe te doen zonder voortdurend op elkaar te moeten wachten. Rustig maar non-stop gaan we omhoog. Jos gaat voorop. Het heerlijke uitzicht en deze schitterende graat maken dit klimmen tot een feest. De rotsen die we het eerst moeten passeren vormen een soort zijtop op deze mooie graat. Dan moeten we een paar meter afdalen langs de rots om uit te komen op de sneeuwgraat die de verbinding vormt met de rotsen die de hoofdtop vormen. Als Jos langs de rotsen naar het sneeuwgraatje probeert af te dalen roept hij: "Heb jij een touw bij je?". Als ik ontkennend antwoord roept hij terug "We kunnen hier niet verder!" Terwijl mijn eerste gedachte een vloek is omdat ik het touw niet heb meegenomen, denk ik terug aan de beschrijving van de route. Het zal toch niet waar zijn dat een tweedegraads route niet vrij te klimmen zou zijn. Ik roep terug:"Wacht, ik kom. Als we echt niet verder kunnen houdt alles op. We zullen zien." Terwijl ik naar Jos toe klim realiseer ik me dat het de eerste keer is dat wij samen klimmen. Jos die zich verantwoordelijk voelt voor mij weet natuurlijk niet wat ik wel en wat ik niet aan kan, zo stel ik mijzelf gerust. Het zal wel meevallen. Wanneer ik aan het einde van de rotsen aankom staat Jos al beneden op de sneeuwgraat. Wanneer hij ziet dat ik zeker en zonder problemen naar hem toe klim gaat hij verder. Links een steile sneeuwflank die je beter niet naar beneden kunt vallen, rechts een loodrechte rotswand die ik weet niet hoe diep naar beneden gaat. Het zou beangstigend moeten zijn, maar ik vind het heerlijk. We lopen en klimmen over de graat waar sneeuw en rots zich soms afwisselen. Het heeft iets van een kat en muis spel met de natuur spelen. Dan roept Jos: "Hoe ver wil je nog gaan?". Ik antwoord: "Tot de top!". Rustig klimmen we verder. Voor ons ligt de hoge rotstoren van de top. Tussen deze top en ons nog een aantal hindernissen. Volgens het boekje mag het geen probleem geven, maar toch? Wanneer Jos aan de voet van de laatste rotstoren staat, waar we door een schoorsteen omhoog naar de top moeten klimmen roept hij weer: "Wil je nog verder?". Ik roep: "Ja zeker; tot bij het kruis!". We weten dat er op de top een kruis staat. Deze top wil ik helemaal. Ik wil er voor mezelf geen twijfel over laten bestaan dat ik hem helemaal gemaakt heb. Ook deze laatste hindernis, deze schoorsteen, moet overwonnen worden om de top te bereiken. Een touwgroep van twee man die voor ons zat heeft net de schoorsteem gepasseerd wanneer ik bij Jos aankom. Jos klimt voor en probeert een hulptouwtje om een rotsblok te leggen om mij een hulpmiddel bij het klimmen te geven. Hoewel het in eerste instantie wat moeilijk uitziet is het beklimmen van deze schoorsteen geen probleem. Zonder probleem klim ik met stijgijzers door de schoorsteen omhoog. Dan sta ik op de top. Jos en ik vallen elkaar in de armen. Het is elf uur, heerlijk, we hebben hem. De op een na hoogste top van de alpen. Jos is blij dat we hebben doorgezet, en ik ben er best wel trots op dat ik geen genoegen wilde nemen met minder dan de echte top. Het kruis, het "Gipfelbuch", het hoort er allemaal bij. Na het omdraaien gisteren en de terugtocht van de Grand Combin was ik wel aan een succes toe. Jos, die expeditieleider op de Gasherbrum is, weet nu weer wat beter wat hij aan mij heeft. Het kan belangrijk zijn wanneer de kaarten op de Gasherbrum verdeeld worden dat hij de topkansen van de verschillende klimmers goed kan inschatten. Ik herinner me de opmerking van Ronald Naar dat hij deelnemers voor dergelijke expedities voor tachtig procent selecteert op basis van motivatie, doorzettingsvermogen en mentale kracht. Techniek en ervaring telden maar voor twintig procent mee bij de selectie.
Het tweetal dat voor ons op de top arriveerde blijkt een gids met zijn klant te zijn. Wij maken een topfoto van hun en zij van ons. Wij krijgen een kop thee van hun en we kletsen wat. Het uitzicht is grandioos. Van Mont Blanc tot Bernina liggen alle Alpentoppen voor ons. Een onbewolkte hemel en het ontbreken van een koude wind maken dat wij alle tijd hebben om te genieten. Jos heeft zo ongeveer alle vierduizenders van Breithorn tot hier al gemaakt. De Dufourspitze is dus een mooie aanvulling op zijn lijst.
Dan gaan we aan de afdaling beginnen. De gids laat het touw in de schoorsteen hangen om ons een zekering te bieden bij de afdaling van deze passage. Een fout zou immers een val tot gevolg kunnen hebben die pas enkele honderden meters dieper zou eindigen. Ik klik wel een karabiener aan het touw, maar klim verder zonder hulpmiddel naar beneden. Jos en ik gaan dan verder terwijl de gids met zijn klant alles gezekerd naar beneden klimmen. Tijdens onze terugweg door de rotsen kruisen we een touwgroep. Allemaal mensen die we eerder vandaag hebben ingehaald. Wanneer ik zie hoe zij alles gezekerd klimmen realiseer ik me de enorme tijdwinst die ons vrij klimmen als voordeel heeft. We klimmen rustig en genieten met volle teugen van het uitzicht. We kijken naar beneden langs de steile graat, en zien hoe deze met een paar fraaie bochten naar het zadel voert. Verder in de diepte ligt de grote Monte Rosa gletsjer. We kruisen een tweede touwgroep, onder leiding van Zermatter gidsen, die met ijsschroeven gezekerd over de graat omhoog zijn geklommen. Een bijkomend voordeel van ons snelle klimmen was dat we niet op een "overbevolkte" top aankwamen. Nu dalen we over de sneeuwgraat af naar het zadel. Rustig en met zekere passen, want een misstap, een val en je hebt in een mum van tijd een waanzinnige snelheid. Het laagje sneeuw op het niet te harde ijs geeft een perfecte grip voor de stijgijzers. Bovendien is door de mensen die omhoog zijn geklommen een spoor van treden gelopen. Als ik het laatste stukje van de graat afdaal heb ik iets van "jammer, het is al voorbij" gemengd met "shit, nou moet ik weer met die klote schoenen proberen te skiën". Mijn achterwerk is nog blauw van het vallen op de ijsschroeven tijdens mijn ski-afdaling van gisteren. En voor vandaag ziet het er niet veel beter uit. Wanneer we op het zadel aankomen maken we een lange lunchpauze en bespreken de beklimming die achter ons ligt. We blijven zitten, drinken wat, eten wat en wachten op de gids die ons op de top wat thee had gegeven. Nu krijgt hij wat thee van ons.